De Bouwgeschiedenis

 

Meer over de bouwgeschiedenis

Zoals hiervoor al werd vermeld, is de ronde toren aan de Noord-Westkant van het kasteel waarschijnlijk het oudst. Het kelderplan (1973) laat goed zien dat het kasteel in feite uit twee bouwfasen bestaat. De huidige hal was vroeger een ommuurde open binnenplaats. In een van de muren van de hal bevinden zich muurankers met het jaar 1599. Waarschijnlijk duidt het jaartal op een ingrijpende verbouwing. Muurankers bevinden zich echter altijd aan de buitenmuur, zodat het bewijs is geleverd dat deze huidige binnenmuur ooit buitenmuur is geweest.

 

Rechts van de hoofdingang staat de “hoofdtoren”, met in plaats van een spits een  “ui”, die in het begin van de 17e eeuw is aangebracht. Boven op deze toren bevindt zich een prachtig windvaan, in de vorm van de Romeinse godheid Fama, de god van het gerucht.

De houten ophaalbrug, die toegang verschafte naar het kasteel, werd halverwege de achttiende eeuw vervangen door een stenen brug.
Op de zuidwesthoek van het kasteel bevindt zich een uitbouwsel, een voormalig arkeltorentje, van waaruit het erg eenvoudig was om de west - en zuidkant van het kasteel in de gaten te houden.

 

Onder de dakgoten zie je spitsboogfriezen met steunbeertjes in de vorm van menselijke hoofden (of zijn het demonen ?) In de ronde toren zit een schietgat uit de tijd  dat er ook nog met pijl en boog geschoten werd.

 

Aan de westkant bevindt zich een rond schietgat, waarvan er ook twee terug te vinden zijn aan de voorkant van het poortgebouw.

 

Op de benedenetage ( het kasteel heeft eigenlijk geen kelder) bestaan de plafonds van het oudste gedeelte uit zogenaamde tongewelven.Hier bevond zich vroeger de gevangenis, waar de arrestanten aan de ketting werden gelegd. Aan de buitengevels kun je zien dat het kasteel heel wat keren is verbouwd: sommige ramen zijn dichtgemetseld, weer andere zijn er voor in de plaats gekomen.